17 september 1944 - Een geheime telefoonlijn in de wingerd
Verzet in aanloop naar de Slag om Arnhem

Door Xandra de Bode, tekst gebaseerd op interviews met Niek de Bode uit de jaren negentig en aantekeningen uit diverse jaren.

  

PTT’er Niek de Bode verhuisde in oktober 1943 vanuit Den Haag naar Arnhem. Op die standplaats zou hij een tijd werken aan het automatiseren van telefooncentrales. Niek betrok een kamer op de Laan van Klarenbeek 125 in Velp en ging aan het werk. Dat Niek al eerder geheime telefoonverbindingen voor het verzet tot stand had gebracht, was blijkbaar in kleine illegale kring bekend. In maart 1944 zocht de Landelijke knokploeg (LKP) Zuid-Veluwe in de persoon van Harry Montfroy contact met hem. Hij vroeg Niek enkele illegale activiteiten voor de LKP te verrichten. Deze verzetsgroep stond onder leiding van Piet Kruijff. Zo raakte Niek betrokken bij voorbereidingen op een verwachte geallieerde aanval uit het zuiden (1). Die aanval kwam en mondde op 17 september 1944 uit in wat we nu kennen als de Slag om Arnhem. Het afwijzen van de hulp van het verzet door de Britten raakte Niek tot in het diepst van zijn ziel. Had het anders kunnen lopen?


Verzetsgroep Piet Kruijff zoekt contact
Niek: “Ik woonde al een poosje in Velp toen Harry Montfroy bij me kwam en vroeg of ik illegale lijnen kon aanleggen. In het geheim heb ik daarna met vertrouwde mensen telefoonlijnen aangelegd naar mijn kamer, achter de wingerd om, doorgelegd naar het zijraam. Ik had vanwege mijn werk een eigen telefoon op het stadsnet op mijn kamer. Maar via deze geheime verbinding kon ik buiten de centrale om kon bellen. Zo kon niemand meeluisteren.”
Niek vormde al snel samen met verzetsman Alex Hartman een belangrijke schakel in de inlichtingendienst van de LKP in Arnhem (2). Hij legde geheime lijnen voor onderling contact binnen het verzet, maar luisterde samen met anderen ook Duitse telefoongesprekken af. Zo kon de LKP anticiperen op voorgenomen arrestaties door de Duitse Sicherheitsdienst (S.D.). Niek had regelmatig contact met Piet Kruijff, voor wie hij veel respect had. Ze vulden elkaar blijkbaar aan. “Piet zat vol sprankelende ideeën, ik was meer nuchter van aard en voorzichtig.”
Tegen het midden van de zomer 1944 rolde de S.D. van de Duitsers een aantal ondergrondse organisaties in de omtrek op. De overblijvenden zochten aansluiting bij de LKP-afdeling van Piet Kruijff. Tegen september 1944 zwol de organisatie benauwend buiten proporties aan en verwachtten Niek en zijn ‘collega’s’ eigenlijk ook zelf dat de bezetter zou toeslaan. Niek: “Ik liep een keer met Piet over het Velperplein en met een glimlach duidde hij aan wie allemaal bij illegaal werk betrokken waren. Voor mij leek het wel of de gehele Arnhemse bevolking bij de illegaliteit betrokken was en naast een gevoel van trots, begon toch de bezorgdheid op te komen. Ik zei dat het niet lang meer kon duren, of de S.D. zou ook ons oprollen. Maar de verzetsgroep ging gewoon door.”


Onder het oog van de Duitsers
De verzetsgroep had op zeker moment overdag een bijeenkomst in het Provinciehuis in Arnhem. Niek: “Dat was vrij brutaal. Daar hielden wij bijna letterlijk onder het oog van de Duitsers een vergadering op een kamer van de Provinciale Waterstaat. Op de tweede verdieping hingen enorme kaarten langs de wand van de Rijn en de uiterwaarden. Die kaarten waren heel gedetailleerd en die hadden wij natuurlijk juist nodig om plannen te bespreken om bruggen te laten springen, of God mag weten wat. Dan vormden we daar zogenaamd een groep van ingenieurs en ambtenaren van de Provinciale Waterstaat.”


Voorbereiding invasie
Uiteraard was het speculeren voor de LKP-groep over een geallieerde invasie. Dat de bruggen bij Nijmegen en bij Arnhem de belangrijkste verbindingspunten zouden zijn, was zeker.  “We wilden dat onze organisatie niet verzandde in wilde plannen en kreten. We dachten bijvoorbeeld na over wegen waar zware geallieerde tanks niet zouden vastlopen in de modder als het veel geregend had en waar tanks niet onder het vuur lagen van de kanonnen bij Doorwerth.”  Even leek het dat Dolle Dinsdag op 5 september 1944 het startsein was voor de komst van de geallieerden. Niek zag in Arnhem vluchtende Duitsers die op karren schrijfmachines meenamen tussen allerlei andere kantoorrommel. De vreugde voor de bevolking was echter van korte duur: geen geallieerden, geen invasie.


Aanslag spoorbrug Schaapsdrift
Vlak voor 17 september kreeg de knokploeg opdracht om de spoorbrug over de Schaapsdrift bij de Plattenburgerweg in Arnhem te laten springen. Het moest zodanig gebeuren, dat de Duitsers er hinder van hadden, maar dat de geallieerden bij een invasie de brug vrij snel zouden kunnen herstellen.
Niek: “Harry Montfroy was hier rechtsreeks bij betrokken, hij speelde makkelijk met wapens en springstoffen. Wij hadden natuurlijk geen idee van de komende luchtlandingen. Ik zat op mijn kamer en ik had de ramen open. Dat was natuurlijk een spannende toestand. Toen hoorde ik een enorme knal en wist dat ze de brug hadden laten springen. De verzetsleden zijn weg kunnen komen. Maar de volgende dag hingen er plakkaten op bomen en andere plekken. Als de daders zich niet vóór twaalf uur zouden aangeven, dan zouden er op zondag 17 september mensen gefusilleerd worden.”
Die zondagmorgen 17 september kwam de LKP bijeen om dit dilemma te bespreken. Niek: “Ik was ervoor dat de groep zich zou aangeven. Maar Piet Kruijff stelde als hoofdman dat de illegaliteit uit zoveel mensen bestond, dat deze moest blijven bestaan en voort moest kunnen werken, dus geen aangifte. Dan moesten deze mensen geofferd worden. Rot. Dat was het zwaarste dilemma waarin ik ooit heb verkeerd.”


Slag om Arnhem
En toen begon juist op díe zondag de 17e de geallieerde aanval. “Wij waren nog in dat lokaal toen er vliegtuigen kazernes begonnen te bombarderen, die stonden al gauw in brand. Op dat moment wisten we wel dat er wat aan de hand was. De fusillade door de Duitsers was van de baan, die hadden op dat moment andere dingen aan hun hoofd dan mensen doodschieten. En het gekke was dat we op dat moment ook echt het gevoel hadden: dit is een historisch ogenblik. Nu kunnen we de geallieerden laten zien wat we allemaal voorbereid hebben en wat we allemaal kunnen.” Al snel bleek dat diezelfde geallieerden geen enkele interesse hadden in de voorbereidingen van de knokploeg. Gemiste kans voor de stad Arnhem? In ieder geval een grote frustratie voor het verzet.


Engelse handgranaat in Oosterbeek
Het verzet bood zijn diensten aan door persoonlijk contact te zoeken met geallieerde militairen aan de westkant van Arnhem. Volgens Niek was het die zondagavond de 17e september voor de Airbornecommandanten mogelijk om telefonisch contact op te nemen met de legerleiding beneden Nijmegen via de geheime verbindingen onder de grote rivieren. Eén van deze verbindingen heeft permanent gefunctioneerd tot en met de bevrijding, mede dankzij LKP-lid Alex Hartman. Niek: “De verbinding liep onder de rivier door met de hoogspanningslijn mee. De Duitsers hebben hiervan nooit geweten. Maar de Engelsen zagen geen brood in samenwerking met het verzet, mogelijk waren zij bang voor verraders. Zo bevond zich in Oosterbeek een automatische telefooncentrale. Normaal gesproken was deze onder controle van de Duitsers, maar die waren gevlucht. Nu was de centrale in handen van het verzet en bood de geallieerden de mogelijkheid langs de hele route naar de Arnhemse brug toe onderling contact te houden. Maar op een gegeven moment heeft iemand, ik weet niet wie, een Engelse officier naar de automaattelefooncentrale gebracht. Na bezichtiging heeft de officier er een handgranaat in gegooid en toen was de hele centrale vernield.”


Duitse tanks op de Velperweg
Niek: “Dramatischer werd het de volgende dag. Ik kreeg ‘s morgens een telefoontje langs mijn illegale lijn uit de kant van Dieren, dat er Duitse tanks onderweg waren naar Arnhem. Tot onze verbazing kwam een Duits keurleger via Dieren de Velperweg op in de richting van Arnhem opzetten: een oneindig lange slang van voertuigen. Noch de Airbornes, noch de LKP, noch Montgomery waren hiervan op de hoogte. De meldingen kwamen met akelige regelmaat bij onze verzetsgroep binnen. De geallieerde luchtmacht was echter niet te horen of te zien.”
Niek deed een poging om de geallieerden te waarschuwen voor de Duitse aanvoer uit het oosten. “Ik probeerde te bellen met het hoogste wat ik kon bereiken, ik heb gevraagd: ‘Bombardeer in Godsnaam de lijn tussen Rheden en Velp, want daar komen tanks overheen en daar woont bijna niemand, bombardeer die weg, het is de enige weg. Dan kunnen de Duitsers daar voorlopig niet door en dan is er tenminste een mogelijkheid om zich daartegen teweer te stellen.’ Deze weg was namelijk de enig mogelijke toegangsweg tot Arnhem en daar vrijwel onbebouwd. Toen kreeg ik zoiets terug van: ‘Nou, u krijgt bericht’. Anderhalf uur later kwam het antwoord dat generaal Montgomery had gezegd: ‘Bommenwerpers zijn er om steden te bombarderen, niet voor wegen’. Ik begreep nu dat onze rol als LKP was uitgespeeld.”


Evacuatie en plundering
Na alle gevechten om Arnhem en de desastreuze afloop voor de geallieerden en bezet Nederland, kwam op zondag 24 september het bevel van de Duitse Weermacht dat de bewoners van de stad Arnhem vóór maandag 25 september 20.00 uur moesten evacueren. De Duitsers wilden de stad leeg hebben om beter tegen de geallieerden te kunnen vechten. Medewerkers van het Rode Kruis probeerden de vluchtelingenstroom zo goed mogelijk te begeleiden. Niek: “Tijdens de evacuatie van Arnhem heb ik wat hand- en spandiensten verricht als chauffeur voor het Rode Kruis. Ik herinner me ook een oude dame die ik een eind naar Velp heb gebracht met haar spullen op mijn fiets geladen. Ik zag ouden van dagen in bakkerskarren, stoelen met wieltjes eronder waarop oude mensen in leunstoelen zaten. Het was een trieste zaak. Al die mensen gingen weg, waar moesten ze blijven? De meesten trokken richting Apeldoorn.”
Niek had nog even contact met leden van de verzetsgroep in Schaarsbergen. Daar kwam hij Harry Montfroy en zijn vrouw Carola ook weer tegen. Hij besloot ook de stad te verlaten, maar dan richting het westen van het land. Niek: “Je kon wel zeggen: ik evacueer niet, maar dan werd je aangezien voor iemand uit de illegaliteit die zich nog in Arnhem bewoog. Daar konden de Duitsers vrij op schieten.” Met de evacuatie begonnen ook de plunderingen van de stad. “Er waren mensen die hun hele eigen huisraad zagen voorbijgaan op een wagen met paarden. In mijn huis in Velp was ook geplunderd. Ik had het een en ander verborgen onder een hoop kolen, maar daar was niks meer van over. De kolen zullen ze verstookt hebben en mijn jacquet, postzegelalbum en gouden ringen waren allemaal verdwenen. Alleen een fotoboek lag buiten, dat heb ik na de oorlog teruggevonden.”


Tragiek van verloren strijd
Niek zou het zijn leven lang niet vergeten: “Vóór de invasie van 17 september schoten de Duitse kanonnen voortdurend vanuit ergens bij Oosterbeek en Doorwerth op Nijmegen. Dat ging met de regelmaat van de klok de hele nacht door: boem-boem! Maar deze beschietingen stopten tijdens de slag om Arnhem, de Duitsers hadden alles nodig om het gebied te veroveren of te verdedigen. Maar toen de laatste geallieerde troepen weggetrokken waren, begonnen op een gegeven moment in de vroege ochtend weer die kanonnen te schieten. Ik had het gevoel: nu is het allemaal tevergeefs geweest. Terug naar af weer. Dat was een van de meest tragische momenten voor mij.”
Niek besloot naar het westen te trekken en van daaruit door te steken naar het bevrijde zuiden van Nederland. Hij beloofde zijn verzetsmaten terug te komen als bevrijder. Toeval, geluk, wijsheid? In april 1945 zou Niek als militair in het Canadese leger opnieuw in het verwoeste Arnhem terugkeren. Maar niet zonder een paar keer de dood in de ogen te hebben gekeken.
 
1 Ryan, C., Een brug te ver (Bussum 1974). Pagina's 100, 113, 301, 493. 
2 Dijkerman, ‘De Arnhemse LO en LKP’, 100.

 

Naschrift
Het verhaal hierboven komt rechtstreeks van Niek de Bode zelf. Het zijn zijn persoonlijke herinneringen aan de gebeurtenissen rond de Slag om Arnhem. Op de tijdelijke tentoonstelling Het Netwerk in Airborne Museum Hartenstein in Oosterbeek (2018-2019) is aandacht besteed aan de LKP van Piet Kruijff en werd Nieks rol ook beschreven. Diverse interviewteksten van Niek de Bode over deze periode zijn opgenomen in het archief van Airborne Museum Hartenstein.

 

Hebt u aanvullingen voor ons? Dan kunt u deze aan ons mailen via reageer@niekdebode.info.
 

 

Laan van Klarenbeek. Door deze wingerd liep een geheime telefoonlijn voor het verzet.(Foto: familiearchief X. de Bode)