Bevrijding van Amersfoort op 7 mei 1945

“In Amersfoort had zelfs die ruwe bonk naast me tranen in zijn ogen”

Tekst: Xandra de Bode, gebaseerd op aantekeningen van haar vader Niek de Bode

 

Niek de Bode reed op 6 mei 1945 in een jeep met zijn Canadese legeronderdeel richting Amersfoort. Na de capitulatie van het Duitse leger in Nederland, trokken de Canadezen en Engelsen nu eindelijk naar het hongerende westen[i]. Ondanks de overgave bevonden zich nog overal Duitse eenheden die het niet konden verkroppen dat de strijd gestreden was. Een levensgevaarlijke situatie, want er zouden nog veel doden vallen door schietpartijen en haastige executies[ii].
 
Onze Lieve Vrouwetoren in zicht
Niek: “Wij konden nu als overwinnaars West-Nederland gaan binnentrekken en de eerste stad op de route om te bevrijden was Amersfoort. Daar had ik in mijn jeugd jaren gewoond en op de HBS gezeten. Ter hoogte van Terschuur waar de bebouwing begon, werden we echter tegengehouden door de Militairy Police (MP) van de geallieerden. We begrepen eerst niet waarom we niet door konden, maar we mochten niet verder. Het bleek dat de Nederlandse SS voor Amersfoort bleef doorvechten en de brug over het afwateringskanaal had laten springen. Het was koud en ik zag de Onze Lieve Vrouwetoren van Amersfoort in de verte: een dierbare herinnering, want ik had in de open kroon bovenop de toren eens mijn eerste meisje gekust. We stonden daar maar, verveelden ons dood en drentelden maar een beetje. We konden dus nog niet West-Nederland binnenkomen zonder te hoeven vechten en die dag konden we Amersfoort nog niet bereiken.”
 
Een zonnige zeven mei
“De volgende dag, zeven mei, was onverwacht een lentedag als zelden tevoren. Alles straalde en bloeide en het was warm. Samen met Major Streb[iii], een medemilitair, reed ik in de voorste jeep van Hoevelaken naar Amersfoort. Niet alleen als bevrijders, maar ook als overwinnaars! Dat maakte op hem echter minder indruk dan op mij. Ik voorspelde Major Streb dat hij in Amersfoort iets zou beleven wat hij nog nooit beleefd had. En in Hoevelaken wist ik dat op die stralende morgen zelfs heel zeker. Gevechtstroepen hadden ondertussen de SS uitgeschakeld en de genie had een nieuwe brug gelegd. Wel moest nog een stevige nieuwe brug gelegd worden waar de tanks overheen konden. De brug was het moment dat wij aankwamen nog niet klaar, maar ernaast was een noodbruggetje gelegd van een paar balken met een leuning van latten.”
 
Een bruggetje met HBS’ers
Niek en Major Streb stopten en Niek wandelde in de zonovergoten lentemorgen naar het bruggetje; op de leuning zaten vier of vijf meisjes. Niek: “Deze jongedames zagen er net zo uit als de meisjes die destijds de laatste klassen van de HBS op de Berg in Amersfoort bevolkten. Ze keken geïnteresseerd toe wat er allemaal gebeurde en ik sprak ze in het Engels aan. Ze reageerden in hun mooiste Engels, maar dat was niet nodig, want onmiddellijk daarna vroeg ik in het Nederlands hoe ‘de Knot’, ‘de Miss’ en ‘de Bolle’ het maakten. De meisjes rolden van verbazing zowat achterover het water in en ik bleek goed geschoten te hebben. Hoe kon deze man in Canadees uniform Nederlands spreken en de bijnamen van hun leraren weten?”
 
Handen schudden
Nadat de brug klaar voor gebruik was, zetten de eerste voertuigen zich weer in beweging. Niek holde naar de jeep waar Major Streb aan het stuur zat en sprong naast hem. Niek vervolgt: “De colonne trok op naar de hoek waar de Rijksweg, of beter de Hoge Weg, een scherpe bocht naar rechts maakte. De Stadsring was er toen nog niet. Ik vond het vreemd dat er geen kip op straat was. Maar daar in die bocht stond wel een aantal Duitse soldaten. Ze waren gewapend, maar wachtten rustig onze komst af. Onze jeep draaide de bocht naar rechts om. Vóór ons een lege straat. Daarna keek ik achterom en tot mijn grote ontsteltenis sprongen er Canadezen van hun voertuigen af en begonnen handen te schudden met de Duitsers als na een vriendschappelijk spelletje tennis. Dat was te veel voor me.”
Niek is ontsteld door dit gedrag: “Als een muur stond daar plotseling de hele ellende van de oorlog, mijn dode vrienden uit de meidagen van 1940 en de gefolterde of gefusilleerde kameraden uit het verzet, de onrechtmatige bezetting van ons land en het gehate Nazidom. “Stop!” riep ik en wees Major Streb met een alleszeggend gebaar naar wat er plaatsvond. Hij sprong de jeep uit en tot mijn ontsteltenis trok hij woedend de betreffende Canadese militairen hun decoraties van hun uniform. Dat was niet mijn bedoeling geweest, daar waren de Canadezen veel te fijne kerels voor. Maar er was een order uitgegeven, zoals ik later hoorde, tegen verbroedering met de vijand, omdat dat de Nederlandse bevolking op het hart zou trappen. Het gebeuren sloeg mij teneer en die lege straten waren ook een teleurstelling. Eigenlijk wel gek: geen mens, alles leeg, alsof iedereen gevlucht was. De stoet zette zich weer in beweging.”
 
Lauwerkrans
Niek: “Ik kreeg de Kamperbinnenpoort in ’t zicht en dacht iets te zien bewegen, hoorde nu ook een gedempt geroezemoes. En toen …  Barstensvol was de Kamp toen we de poort binnenreden: zwart van de mensen, één joelende, juichende deinende menigte, vlaggen overal en zonlicht, geen doorkomen aan. Mensen schreeuwden en zwaaiden met oranje of wat daar maar op lijken kon. Meter per meter konden we maar vooruitkomen, mensen trokken aan mijn arm in die open jeep, zodat ik dacht dat die uit de kom zou schieten. Ter hoogte van de Sint Joriskerk kregen wij beiden een echte lauwerkrans over ’t hoofd heen - niet zo zachtzinnig - maar wat wil je. En als ik me niet vergis, had zelfs die ruwe bonk naast me tranen in zijn ogen en zei: “Nick, this is the finest day in my life!” De Canadezen hadden zoveel opgeofferd jarenlang, zoveel kruit en bloed meegemaakt, zoals bij Monte Cassino in Italië en nu was dat over en ze leken in het paradijs terecht gekomen te zijn. Ik heb iets in ’t Engels tegen hem gezegd wat neerkwam op: “Heb ik ’t je niet voorspeld?”
 
Waar is mijn jongen?
Maar naast vreugde was er ook angst. Niek: “Het bijzondere van het gebeuren was natuurlijk ook dat iedereen naar de bevrijding toegeleefd had, zodat er geen politieke tegenstellingen aan te pas kwamen: één eensgezinde bevolking, geen rechts of links, alleen maar uitzinnige blijheid. Toch niet overal, vaders hielden ons aan en vroegen vol angst waar hun zoon was. Moeders beschreven hun jongen en of ik hem gezien had. Dan zag ik granaten, kruitdamp en stof voor me en miljoenen soldaten, wat moest ik antwoorden? Ik hoopte met hen mee.”
 
Berghotel
Ondanks de geweldige sfeer in Amersfoort moesten Niek en Major Streb verder. Niek: “Het doel van die dag was Hilversum waar ons hoofdkwartier zou neerstrijken naast dat van de Duitsers. Na een inspectie van de telefooncentrale in Amersfoort, een van mijn taken, verlieten Major Streb en ik de route om eerst nog naar de telefooncentrale in Utrecht te gaan. Daarvoor namen we de route via de Berg van Amersfoort. Voorbij het Berghotel hadden de Duitsers zware bomen omgekapt en die over de Utrechtseweg laten vallen om hiermee de geallieerden de doorgang te beletten. Maar Major Streb trok zich daar niets van aan en reed gewoon dwars door het bos met zijn jeep om de omgevallen bomen heen. We reden gelukkig niet op een mijn, wat we half verwachtten. Zo zijn we dan in Utrecht gekomen.”
Er lag nog veel in ’t verschiet voor de bevrijders. Tenslotte moesten de Duitsers nog ontwapend worden, een zorgelijke geschiedenis volgens Niek. En ook de grote steden dienden nog ingenomen worden. Hitler mocht dan dood zijn, zijn geest bezielde nog velen en dat zou nog wel eens lang kunnen voortduren!
  
 
Naschrift
Na de doortocht in Amersfoort eindigde mijn vader die dag uiteindelijk in het Corversbos in Hilversum, waar het Canadese hoofdkwartier naast dat van het Duitse hoofdkwartier van generaal Blaskowitz werd gevestigd. 
 
 
Andere mentaliteit
Een lokale krant, de Vrije Amersfoorter, berichtte opgelucht op 9 mei 1945:  
“Een typisch verschil in optreden tusschen de Geallieerden en de Duitschers kwam tot uiting toen de eerste Canadeezen maandag het bureau van den voedselcommissaris kwamen binnenstappen. “What do you want?" was hun eerste vraag en meteen werden notities gemaakt van de artikelen waaraan onze gemeente het meest dringend behoefte heeft. De Duitschers kwamen in 1940 en eischten alles op.”[iv]
 

Oproep 1

Er zijn diverse foto’s en filmpjes van de bevrijding van Amersfoort. Wat zou ik toch graag daar mijn vader op tegenkomen! Wie o wie heeft opnames van die voorste of een van de voorste jeeps? Wie heeft foto’s van Canadezen die een lauwerkrans op hebben? Mocht u iets interessants hebben, dan kunt u het sturen naar: reageer@niekdebode.info

 

Oproep 2

Wie waren de meisjes op het bruggetje? Mocht u daar informatie over hebben, dan kunt u het sturen naar: reageer@niekdebode.info

 

noten

[i] C.P. Stacey, Official History of the Canadian Army in the Second World War Volume III: The Victory Campaign. The Operations in North-West Europe 1944-1945 (Ottowa 1960) 614.
[ii] Hen Bollen en Paul Vroemen, Canadezen in actie (Warnsveld 1994) 248.
[iii] Majoor George Edward Streb was plaatsvervangend Chief Signal Officer bij de 1st Canadian Corps Signals en commandant van 2 Company. Op 29 september 1945 werd hij bekroond als Member of the Order of the British Empire voor zijn energie, initiatief en leiderschap gedurende de periode dat hij deze taken op zich nam. Zie: Medal citation card to Streb, George Edward, 29 september 1945, Honours and Awards – Second World War, RC Sigs Militaria Web Site. http://www.rcsigs.ca/index.php/File:Streb,_George_Edward_citation_MBE_(page_1).jpg   
[iv] Red., ‘Onze voedselpositie’, De Vrije Amersfoorter, 9 mei 1945, 2.
Het Canadese Leger op weg naar Amersfoort. Foto: Foto's SERC.nl.
Amersfoort op 7 mei 1945. Foto: Foto's serc.nl.
Bevrijders trekken Amersfoort in. Foto: Beeldbank WO2-NIOD.