Over de auteur

Xandra de Bode (Hilversum, 1962) groeide op met de vanzelfsprekendheid dat haar vader iets met de oorlog te maken had. Wàt wist ze niet precies, er stond nu eenmaal een oude veldtelefoon in de keuken en er lag al zo lang ze leefde een paar soldatenlaarzen op zolder. Als die gezellige Tom Baines uit Canada kwam logeren, was het feest. En op bezoek bij Piet Jochems in Ede keek zij gefascineerd naar diens jagershoedje waarop een veertje van een Vlaamse gaai prijkte. Pas later besefte ze dat deze mensen mede het verleden van haar vader vertegenwoordigden. In de jaren negentig van de vorige eeuw interviewde Xandra haar vader daarom uitgebreid en legde zijn verhalen vast op band. Lang na zijn overlijden vond zij nog meer documenten en besloot toen de verhalen tot een biografie te verwerken.
Xandra studeerde Letteren aan de Universiteit van Utrecht en is momenteel als docent verbonden aan een mbo-school. Eerder schreef zij een aantal reisartikelen voor buitensportbladen. Voor haar leerlingen heeft zij het vak Creatief Schrijven ontwikkeld om hen aan te moedigen verhalen te schrijven.

Over Elsa Miedema

Elsa Miedema (1993) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden. In september 2019 studeerde ze af met een masterscriptie waarin ze de Nederlandse nasleep van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1950) onderzocht.
 Voor haar is de Tweede Wereldoorlog een minder persoonlijke aangelegenheid dan voor Xandra, waardoor ze de oorlog voornamelijk vanuit een historische blik beschouwt. In haar bijdrage als historisch redacteur kan ze vanuit die positie het bijzondere verhaal van Niek de Bode met wat meer afstand bekijken.
Bij de totstandkoming van de biografie ondersteunt ze Xandra bij bron- en literatuuronderzoek, om het persoonlijke verhaal van Niek de Bode zo goed mogelijk in zijn historische context te plaatsen.
Loosdrecht, 1957. Niek, hier in de rol van zeilinstructeur, bereidt zich voor op zijn rol als vader - hier ontmoet hij zijn toekomstige echtegenote (Foto familiearchief X. de Bode)

Verantwoording

Een biografie schrijven is als een reis maken door de tijd. Het begon met de vraag: “Pap, is het goed als ik je ga interviewen?”. Dat leidde begin jaren negentig tot een stuk of dertien dictafoonbandjes en ruim honderd pagina’s letterlijk uitgewerkte tekst. Daarmee is in feite ‘oral history’ ontstaan. Natuurlijk heeft mijn vader de teksten gekregen om te corrigeren, maar dat lukte niet goed, want het was te emotioneel voor hem om de teksten grondig te lezen. Vertellen was makkelijker. Na het overlijden van mijn vader in 2000 hebben de teksten een tijd gelegen, totdat ik naar aanleiding van het zoeken in dozen en mappen mij nog onbekende informatie vond: diverse aantekeningen, dagboeken, foto’s, krantenknipsels, correspondentie, noem maar op. Deze heb ik gelezen en gerubriceerd.
Bij het schrijven van de biografie, waarvan een paar verhalen hier op de website gepubliceerd zijn, ben ik zo dicht mogelijk bij zijn gesproken en geschreven woord gebleven. Het was echter af en toe nodig in de tekst in te grijpen om het verhaal leesbaar te houden. Als ik meerdere bronnen van mijn vader vond, gebruikte ik elementen uit de oudste bronnen. Het geheugen van 1955 is immers betrouwbaarder dan het geheugen van 1992.
Ik heb geprobeerd daar waar mogelijk feiten te checken. Dat is soms gelukt, maar niet altijd, daarom sta ik open voor aanvullingen. Zeer irrelevante zaken heb ik weggelaten, maar evengoed zaken laten staan die geheel voor zijn rekening zijn. Ik beschik ondertussen over een bronnenarchief, waarvan een deel in kopie is opgeslagen bij het NIOD, Museum Hartenstein en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Elsa Miedema staat mij met het bronnenonderzoek bij als historisch redacteur.
Geschiedenis is nooit af, dus ik hoop dat er uit andere oude dozen en ordners nog interessante aanvullingen komen op de verhalen van Niek de Bode!

Over Niek de Bode


Niek de Bode, mijn vader, was geen held in die zin dat hij zich stoutmoedig in avonturen stortte ten bate van een hoger doel. Ook niet de man van Ik deed wat ik moest doen. Hij vond dat je moest doen wat je kunt. 
Kort voordat Nederland werd bezet door de Duitsers was hij in dienst getreden bij de PTT en werkte hij aan de automatisering van het Nederlandse telefoonnet: de overstap van bellen via een telefoniste naar het gebruik van een draaischijftoestel. Zodoende kende hij dat net, de apparatuur, de mogelijkheden en de toestand er van goed, en die kennis stelde hij in dienst van de strijd tegen de bezetter. Kort en bondig: hij maakte het mogelijk dat, via speciale lijnen en telefoonnummers (van soms 25 cijfers) mensen met mekaar konden bellen zonder dat na te gaan was waar zij zich bevonden. 
Hij deed dat omdat hij dat kon. Maar ook omdat hij graag iets deed wat niemand deed - pionieren noemde hij dat. Ik stel me voor dat hij, terwijl hij zijn werk deed, voortdurend ideeën had over hoe het óók zou kunnen: geen probleem hoor - ik maak wel even een uniek telefoonnummer voor je. Dat zo'n nummer van 25 cijfers lastig te onthouden was deed er dan even niet toe.
We hebben het over Niek de Bode, maar zouden moeten spreken van Nieken de Bode - meervoud. Ik ken hem als vader en een beetje als de echtgenoot van mijn moeder. Van die andere Nieken weet ik weinig, hij hield ze graag gescheiden. Over de oorlog zei hij zijn kinderen niet veel: Je hebt niks gemist, wees blij dat je nu leeft!
Later, toen het rollenspel vader-zoon minder belangrijk was geworden wilde hij, op verzoek, nog wel eens vertellen over de jaren 40-45. Voor hem was die periode een ramp: Ik begon een beetje een leuk leven te leiden toen de Duitsers daar een streep door heen haalden...
Op zijn tijd bij de Canadezen was hij erg trots. Hij was daar een stoere vent die werd gewaardeerd om dat wat hij kon. Ik vroeg hem ooit naar de beroemde feesten in Loosdrecht, kort na de bevrijding. Hij zei: voor we daarheen gingen riepen ze tegen me: NIck, take a rubber!  Ik had voldoende beeld en durfde niet verder te vragen - terug in onze rollen.
De oorlog zat hem dwars maar waarom precies weet ik dus niet. Niek de Bode was vooral mijn vader. Op zijn sterfbed kreeg ik een hand. Ik mis hem elke dag.