Wat gebeurde er toch bij De Nude?
Door Xandra de Bode; tekst gebaseerd op interviews die in de jaren negentig met Niek de Bode zijn gehouden.

Wat gebeurde er toch bij De Nude, zo vlak voor 5 mei 1945...? 


De Nederlander Niek de Bode bevond zich vanaf eind maart 1945 in een legerkamp van het Eerste Canadese Leger in Apeldoorn. Daar aangesteld als verbindingsofficier kreeg hij vermoedelijk op 3 mei de opdracht onmiddellijk naar Ede te gaan. “Daar moest ik een belangrijke telefoonverbinding technisch mogelijk maken tussen de Duitse en de Canadese legerleiding. En het gesprek zou gaan over een eventuele wapenstilstand! “That can be the beginning of the end of a World War, Nick!”, zei mijn superieur Chief Signal Officer Brigadier [1] Wrinch ernstig en veelbetekenend. Alles leek ineens af te hangen van het vinden van een bepaalde telefoonkabel en ik had het idee dat ik op een kruispunt in de geschiedenis stond.”
  
Een Nederlander in het Canadese leger
Het volgende was voorafgegaan. Het zuiden van Nederland was al bevrijd. De Canadezen maakten zich na een strenge winter op om via delen van bezet Nederland door te stoten naar Duitsland [2]. Daarvoor waren goede verbindingen nodig in het kapotte land. De Canadezen vroegen de Nederlandse PTT om ondersteuning. Ze zochten een Nederlander die goed thuis was in de geografie van Nederland, het land op z’n duimpje kende, Engels sprak en die met enig gezag met het Nederlandse bestuurlijke apparaat kon overleggen. Niek de Bode, van huis uit elektrotechnisch ambtenaar en betrokken bij de automatisering van het telefoonnet in Nederland, had eerder voor het verzet geheime telefoonverbindingen gemaakt en was zeer betrouwbaar bevonden. Hij werd als Nederlandse verbindingsofficier op 25 maart 1945 toegevoegd aan het hoofdkwartier van het Eerste Canadese leger.


Op zoek naar die verdomde kabel
Second Lieutenant Niek ging onmiddellijk op pad en nam twee Nederlandse PTT-technici mee die hij eerder had mogen aanstellen als helpers: Piet Jochems en Henk Duyts uit het reeds bevrijde Ede. Niek: “De Duitsers hadden via een radiozender gevraagd om een onderhandeling via aderpaar nummer 31 van de interlokale telefoonkabel Utrecht- Ede-Arnhem. Het gesprek moest om 13.00 uur plaatsvinden. Er ontstond een enorme opwinding in het Canadese leger en de spanning steeg ten top.” 
Per militair voertuig raceten de drie mannen naar het postkantoor van Ede. Daar zat de automatische telefooncentrale op de bovenverdieping, dus daar moest die specifieke kabel te vinden zijn. Piet en Henk zochten en schrokken: “Luit, ader 31 komt helemaal niet uit in Ede!” Het bleek dat aderpaar 31 op deze plek niet bereikbaar was, de Duitsers hadden zich vergist. Wat nu?
Hoge Canadese militairen stonden in de buurt van het postkantoor. Om 13.00 uur kon hier het verlossende woord vallen: gingen de Duitsers een wapenstilstand aanbieden? Kwam er eindelijk een einde aan de oorlog? Maar wat als contact om 13.00 uur niet lukte, omdat de kabel niet te vinden was? Vielen er dan weer doden?
Niek: “Wij stonden met lege handen. Maar het was te danken aan de plaatselijke bekendheid van Piet en Henk in Ede, dat zij tot de conclusie kwamen dat een dikke las van de kabel Utrecht-Arnhem te vinden moest zijn in het postkantoor op de begane grond. Er was nog een half uur beschikbaar.”


Burgers van de straat
“Er was geen tijd te verliezen. De kabellas bleek achter legplanken in een kast verborgen te zitten. Honderden stapels formulieren en ordners versperden de weg. Ik rende de straat op en vorderde mensen om te helpen die rijstebrijberg papieren weg te halen. Het werd een ravage.” Met vakbekwaamheid en precisie gaan de mannen uiteindelijk de grote loden doos met kabels te lijf. Kort voor 13.00 uur ligt kabel 31 klaar. Niek: “Wij zetten een veldtelefoontoestel, dat onder ons bekend staat als ‘het orgeltje’, op dubbelader 31 en een van ons draaide de zwengel. Het moment van contact maken was bereikt, kort voor 13.00 uur! Maar hoe vaak we ook hiermee de lijn inbelden, er kwam geen antwoord. Op aders daarnaast trouwens ook niet. Alles was zo dood als een pier.”
In een laatste poging nog iets te redden, mat Niek of er wel een telefoontoestel aan het eind van de lijn zat bij de Duitse kant. “Uit mijn metingen bleek dat de kabel kortsluiting had in Woudenberg. Daar hadden de Duitsers een brug laten springen met de kabel erbij. Ik was werkelijk perplex om die stommiteit van de Duitsers. Het was ondertussen één uur en ik mocht het Brigadier Wrinch gaan vertellen. Deze begon te vloeken, noemde mij waardeloos en dreigde mij voor de krijgsraad te dagen, ook al kon ik er natuurlijk niets aan doen.” Verslagen reden de mannen terug naar de kazerne.


Afspraak in De Nude
Zo snel mogelijk zonden de Canadezen nu radioberichten uit op diverse golflengten om het Duitse Stafkwartier mee te delen dat kabel 31 defect was. Het lukte uiteindelijk om via deze weg contact te leggen met de Duitsers en er werd voor dezelfde middag een ontmoeting afgesproken in het gehucht De Nude, net buiten Wageningen in niemandsland [3]. Bij de kazerne verscheen ineens een Canadese motoragent. Niek: “Hij zei dat ik mee moest naar de Simon Stevinkazerne in Ede en ik kreeg opdracht dat ik er behoorlijk uit moest zien. Ik verwachtte daar een schrobbering.” Maar het liep anders. “We reden het terrein van de kazerne op en daar zag ik allemaal militaire politie (MP’s) staan. Keurig in het gelid, met witte vesten en riemen eroverheen. En er stond één hele mooie auto met een standaard erop, een Buick? Officieren en manschappen liepen heen en weer. Maar ik werd rechtstreeks naar de ingang gereden en met alle egards ontvangen. Daar werd me aangeboden om mee te gaan naar de afspraak in De Nude om deel te nemen aan een geallieerde delegatie van vier personen in verband met de op handen zijnde capitulatie. Ik denk eigenlijk dat Brigadier Wrinch het op die manier weer goed wilde maken met mij. Bovendien moest bij die onderhandelingen iemand van Nederland zijn, het ging over een Nederlandse kwestie.” Vier mannen stapten in de auto: Brigadier Wrinch, een Britse officier, mogelijk heette hij Major Green, een Canadese chauffeur en Niek.


Op weg naar Niemandsland
“Terwijl wij wegreden van de kazerne in Ede werden wij begeleid door een aantal MP's, voor ons en achter ons. Ik had altijd in alle mogelijk legervoertuigen en rammelende dingen gereden en dit was eenechte chique auto. Er zat zelfs een bar in. Wij reden nu met een hele escorte en een auto waar een standaard voorop was gezet.  Militairen gingen in de houding staan en salueerden. Van Ede zijn we via Bennekom naar Wageningen gegaan, daar kwamen we aan de echte grens van dat moment, de laatste zwaarbewaakte doorlaatpost. Daar trokken de MP's zich terug. Wij mochten de grens niet over zonder ons gelegitimeerd te hebben bij de geallieerde grenswacht, zelfs Brigadier Wrinch. Toen kwamen we in dat niemandsland. Hier was alles weg. Er waren geen vogels, de huizen die we passeerden waren leeg en vaak dichtgespijkerd. Er was niemand meer, het was een surrealistische ervaring.”  De auto stopte voor een rijtje huisjes, lager dan de weg. “We stapten af bij nr. 188 meen ik. De deur van dat huisje woei open en dicht op de wind en daarbinnen was alleen een houten tafel.”  
De vier mannen wachtten buiten op de Duitsers. Die kwamen in een auto met een witte vlag uit de richting van de Grebbeberg. Ook daarin zaten vier mannen. Niek dacht dat het ging om de Duitse chef-staf luitenant-generaal Paul Reichelt met twee Duitse officieren en een chauffeur annex tolk [4]. Niek: “Ze stapten uit, klapten hun hakken tegen elkaar en wilden de Hitlergroet gaan brengen. Daar moest de geallieerde kant niets van hebben. Zij lieten zodanig hun afkeer merken dat de Duitse delegatie de Hitlergroet toch maar liet voor wat het was. Toen salueerden de officieren onderling.” 


Kaarten op tafel
Het gesprek vond plaats in het huis en duurde een minuut of twintig. Chef-staf Reichelt voerde namens de Duitsers het woord. De Duitsers wisten niet dat Niek Nederlander was en ook niet dat hij Duits kon verstaan, hij had immers een Canadees uniform aan. Niek: “Er werd in de eerste plaats gesproken over het neerleggen van de wapens en de bevriezing van de fronten. Alle oorlogshandelingen tussen het Duitse en geallieerde leger zouden gestaakt worden, beiden behielden hun huidige posities. In de tweede plaats bespraken ze de voorbereiding van de overgave: datum en plaats van de overgave van het Duitse leger in Nederland. Maar daar konden wij natuurlijk op dat moment niet over beslissen, dat moest de opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa, generaal Eisenhower, doen of wie dan ook. Daarnaast ging het gesprek over de aanleg van een rechtstreekse telefoonverbinding tussen het Duitse hoofdkwartier in Hilversum en het Canadese hoofdkwartier in Wageningen, zodat twee hoofdkwartieren contact met elkaar konden hebben om de overgave voor te bereiden.” 
Niek zag hoe de leden van het gezelschap op de tafel in het huisje kaarten uitspreidden waarop ze de route die de telefonische verbindingslijn zou volgen, uitstippelden. Ze gaven ook aan wáár de Duitse en de Canadese lijnen aan elkaar geknoopt zouden worden. “Ik was de enige van het gezelschap die onmiddellijk kon controleren of de tolk goed vertaalde. En achteraf was dat wel grappig, want op enig moment waren de Duitsers onderling in gesprek en dat vertaalde de tolk niet. Ik hoorde bepaalde dingen die ze nog wilden redden, uit de handen van ons of zoiets. Brigadier Wrinch beëindigde de bijeenkomst door een doosje Sweet Corporal te trekken en hij presenteerde ons drieën en sigaret.” De Duitsers staken hun hand uit om ook zo’n kwaliteitssigaret in ontvangst te nemen, maar met een achteloos gebaar stak Wrinch de sigaretten weer in zijn zak. Daarop grepen de Duitsers hun grijs-beige pakje Consi, zodat even later de verfijnde geur van de Sweet Corporal zich vermengde met de Consi’s. 
Het Duitse opperbevel, in de persoon van Generaloberst Blaskowitz, bevond zich in Hilversum op de Trompenberg. Niek: “Ik denk dat het geallieerde hoofdkwartier van de Canadese Lieutenant-General Foulkes op dat moment in Wageningen was. Via die rechtstreekse telefoonlijn hebben deze twee later afgesproken dat ze de vijfde mei een ontmoeting zouden hebben in Wageningen in hotel De Wereld.”
Exacte data en tijdstippen uit die periode waren moeilijk te achterhalen. Niek: “Het waren verwarrende dagen. Je moet niet vergeten dat we geen agenda of opschrijfboekje bij ons mochten hebben van de Intelligence Service. Dat was toen allemaal niet belangrijk. De oorlog moest eindigen, dat was belangrijk.”
Niek keerde terug naar zijn legerplaats. Maar op vijf mei 1945 was hij al vroeg uit de veren bij Hotel De Wereld in Wageningen!
Voor de belevenissen van Niek op 5 mei 1945 in Wageningen, zie artikel: “De rieten stoelen van Hotel De Wereld”.  

 

Historische toelichting
Onder redactie van Elsa Miedema MA, historisch redacteur

 

Bovenstaand artikel is gebaseerd op interviews (oral history) en lopend onderzoek, waardoor het misschien later nog zal worden aangevuld met nieuw-verworven bronmateriaal. In Canada/Ottawa ligt een verzoek tot toegang tot bepaalde documenten. Helaas zijn deze archieven vanwege de coronacrisis vooralsnog gesloten.
 
Van dit verhaal over voorbesprekingen van de Duitse capitulatie bij een gammel huisje in niemandsland De Nude dat Niek in de jaren negentig vertelde aan zijn dochter Xandra, zijn nauwelijks sporen terug te vinden in de literatuur. Hoewel er, zoals Niek zei, niks mocht worden vastgelegd, lijkt dit misschien logisch, maar toch moeten er aanwijzingen zijn van deze gebeurtenis, als hij heeft plaatsgevonden. Enkele bronnen die bij nader onderzoek naar voren kwamen lijken Nieks verhaal te ondersteunen, al is het maar summier.
In een inlichtingenrapport van het Canadese Eerste Leger wordt gesproken over ‘a small wayside house’, waar verschillende voorbesprekingen tussen het Duitse en geallieerde kamp hadden plaatsgevonden [5]. Doelt dit rapport op huisje nr. 188 in De Nude?                                    
In een andere bron, een interview met Reichelt uit 1975 dat werd uitgezonden op de Regionale Omroep Noord en Oost (RONO), lijkt Reichelt te refereren naar de bijeenkomst waar Niek over vertelt. Reichelt vertelde in dit interview over een bespreking die hij op 1 mei had met Foulkes ‘zwischen den Fronten’  [6]. Doelde hij hier op De Nude? Zou deze bijeenkomst dan op 1 mei hebben plaatsgevonden in plaats van op 3 mei?                                               
Dan is er nog een, uitgebreider, rapport aangaande ‘The German Surrender, May 1945’ van de Historical Section van het Canadese leger. Dit rapport beschrijft twee voorbesprekingen tussen luitenant-generaal Foulkes en luitenant-generaal Reichelt, op 1 en 3 mei, ‘in a little wayside inn near Wageningen’ [7]. Dit kan bijna niet anders dan op dezelfde gebeurtenis doelen, bij De Nude. Er zouden dus twee besprekingen zijn geweest. Volgens dit verslag zou het doel van de besprekingen de veilige voedselbevoorrading van het nog bezette deel van Nederland zijn. Tijdens de tweede bespreking op 3 mei spraken de beide generaals volgens het rapport over een eventuele Duitse overgave. Reichelt zou hebben gesteld dat hij ‘nog liever zou sterven dan zichzelf overgeven, want de Duitsers waren ervan overtuigd dat zij dan zouden worden overgeleverd aan de Sovjet-Unie en in Siberië als werkslaven tewerk zouden worden gesteld. Wanneer de geallieerden West-Nederland zouden binnenvallen, was dus het plan om dit gebied onder water te laten lopen, als laatste redmiddel om overgave te voorkomen.
Generaal Foulkes waarschuwde Reichelt dat wanneer ze dit plan zouden uitvoeren de schade zo groot zou zijn dat de geallieerden hen als oorlogsmisdadigers zouden behandelen. Maar, verzekerde Foulkes, bij overgave zouden de Duitse militairen en officieren net zoals andere krijgsgevangenen worden behandeld. Volgens het rapport bracht deze bewering Reichelt op andere gedachten. Hij beloofde Foulkes’ waarschuwing aan Blaskowitz door te geven en vroeg of hij de bewering dat ze niet naar Siberië zouden worden gestuurd zwart op wit zou kunnen aanleveren, bij wijze van verzekering. Foulkes schreef na deze bespreking in een memorandum: “I gained the impression, however, that if this assurance could be given to Gen Reichelt that he would be ready to consider surrender.” [8].


Conclusie
Hoewel niet alle bronnen letterlijk hetzelfde verhaal vertellen, kunnen we op grond van deze bronnen Niek’s verhaal grotendeels verifiëren. Niet alle details kunnen worden nagegaan, maar het lijkt vrij duidelijk dat er in een oud huisje in niemandsland De Nude een of meerdere besprekingen plaatsvonden tussen onder meer Foulkes en Reichelt, die het begin van de Duitse overgave inluidden. Chief Signal Officer Brigadier Wrinch had dus geen ongelijk gehad toen hij tegen Niek de Bode zei dat deze besprekingen zomaar eens het begin van het einde van de oorlog zouden kunnen betekenen. 

  

Bronnen:

1 CND Corps, Intelligence Summary no. 288, Based on information received up to 2030 hrs 4 May 45, G Int 7/1 C Corps/1/10, 4 May 45. Gevonden in nalatenschap Niek de Bode.
Bollen, H. en Vroemen, P., Canadezen in actie (Warnsveld 1994).
Government of Canada Publications, Historical Section (G.S.) Army Headquarters, Report no. 56, The German Surrender, May 1945, 18 November 1952, 26. DOI: http://publications.gc.ca/collections/collection_2016/mdn-dnd/D63-5-56-1952-eng.pdf.
Interviews met Niek de Bode (1993-1994) en aantekeningen uit eigen archief.
Klep, C. en Schoenmaker, B., De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s-Gravenhage 1995).
Miedema, E., ‘Nico de Bode: PTT’er, verzetsstrijder en bevrijder van Amsterdam’, Mars et Historia, 53:4 (2019) 36-42.
Stacey, C.P., Official History of the Canadian Army in the Second World War Volume III: The Victory Campaign. The Operations in North-West Europe 1944-1945 (Ottowa 1960).
Woordelijk verslag gesprek met Gen. Reichelt met H. Krosenbrink. Ten dele uitgezonden door RONO op 5 mei 1975.
 

Noten

[1] De Canadese militaire rang Brigadier moet niet worden verward met de Nederlandse politierang brigadier. In het Nederlands spreken we hier over een brigadegeneraal.
 
[2] C.P. Stacey, Official History of the Canadian Army in the Second World War Volume III: The Victory Campaign. The Operations in North-West Europe 1944-1945 (Ottowa 1960) 562-564.
 
[3] Wageningen was op dat moment geallieerd terrein, maar daar lag tevens de grens. Ten westen van Wageningen lag de grens naar Duits bezet gebied. Maar die twee gebieden liepen niet abrupt in elkaar over, er zat een soort bufferzone tussenin. De Nude lag precies in die bufferzone, daarom kun je het ‘niemandsland’ noemen.
 
[4] Uit de bronnen die wij momenteel tot onze beschikking hebben, kunnen we niet nagaan wie deze officieren en chauffeur zijn geweest.
 
[5] 1 CND Corps, Intelligence Summary no. 288, Based on information received up to 2030 hrs 4 May 45, G Int 7/1 C Corps/1/10, 4 May 45, 4. Dit stuk bevindt zich in de nalatenschap van Niek de Bode. De herkomst is op dit moment nog niet duidelijk.
 
[6] Woordelijk verslag gesprek met Gen. Reichelt met H. Krosenbrink. Ten dele uitgezonden door RONO op 5 mei 1975. Dit woordelijke verslag is afkomstig uit de Archieven Vroemen, Gelders Archief, Arnhem.
 
[7] Government of Canada Publications, Historical Section (G.S.) Army Headquarters, Report no. 56, The German Surrender, May 1945, 18 November 1952, 26. DOI: http://publications.gc.ca/collections/collection_2016/mdn-dnd/D63-5-56-1952-eng.pdf .
 
[8] Idem, 28.
Lokatie De Nude (Google Maps).
De onderhandelingsplek in De Nude. Foto: familiearchief X. de Bode.
The Dutch Boys. Vlnr: Heimen Koops, Henk Duyts, Piet Jochems, onbekende Canadees, Geert Droog; drie onbekenden op de voorgrond . Foto: familiearchief X. de Bode.
De lijnen worden getest. Foto: RCSigs.ca > History > Canadian German telephone linkup Wageningen Netherlands 5 May 1945.